Dit is een titel en kan je ook rechtstreeks aanpassen (gewoon hier klikken, en typen).

Schriftuitleg van zondag 23 oktober 2022.

Inleiding: 

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten: 


Eerste lezing Jezus Sirach 35, 12-14.16-18

De Heer is een rechter, en bij Hem is er geen aanzien des persoons; Hij neemt geen steekpenningen aan ten koste van de arme, maar luistert naar het pleit van de verdrukte. Hij wijst het gezucht van de wezen niet af, noch van de we­duwe wanneer zij blijft klagen. Wie anderen bijstaat wordt welwillend ontvangen, en zijn gebed verheft zich tot de wolken toe. Het gebed van de arme dringt door de wolken heen, zolang het zijn doel niet bereikt, rust het niet; het laat niet af, totdat de Allerhoogste zich erbarmt, en de Rechtvaardige oordeel velt en recht verschaft. 


Tweede lezing 2 Timotheüs 4, 6-8.16-18

Dierbare, wat mij betreft, mijn bloed is weldra geplengd, het uur van mijn heengaan is nabij. Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop voleind, het geloof bewaard. Nu wacht mij de krans der gerechtigheid waarmee de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij zal belonen op de grote dag, en niet alleen mij maar allen die met liefde uitzien naar zijn komst. Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bij­gestaan, allen hebben mij in de steek gelaten. Moge het hun niet worden aangerekend. Maar de Heer heeft mij ter­zijde gestaan en mij kracht gegeven om mijn ambt als pre­diker van het evangelie ten einde toe te vervullen, zodat alle volkeren ervan horen. En ik werd verlost uit de muil van de leeuw. De Heer zal mij blijven beschermen tegen alle aanslagen en mij behouden overbrengen naar zijn he­mels koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid in de eeuwen der eeuwen! Amen. 


Evangelielezing Lucas 18, 9-14

In die tijd zei Jezus tot hen die, - overtuigd van eigen ge­rechtigheid - de anderen minachtten, de volgende gelijke­nis: ‘Twee mensen gingen op naar de tempel om te bid­den; de een was een Farizeeër en de andere een tollenaar. De Farizeeër stond met opgeheven hoofd en bad bij zichzelf als volgt: God, ik dank u dat ik niet ben als de rest van de mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar daar. Ik vast tweemaal per week en geef tienden van al mijn inkomsten. Maar de tollenaar bleef op een afstand en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel; maar hij klopte zich op de borst en zei: God, wees mij zondaar genadig. Ik zeg u: deze ging gerechtvaardigd naar huis en niet die andere; want al wie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden’. 

Uitleg: 

Het thema van deze zondag is: ‘Heer, leer ons bidden’. Heer leer ons bidden op de wijze dat u graag ziet; bidden uit het hart in eerlijkheid en oprechtheid, omdat u, die de Waarheid zijt, geen vale bedoelingen en leugens wilt. Onze huidige samenlevingen weten vaak niet meer wat waarheid of leugen is, omdat wij leven in een wereld die vergiftigd is door leugens en bedrog. De meest doorzichtige leugens en valse theorieën worden ons mensen namelijk opgedrongen, alsof dit de hoogste waarheden zijn. Wat waarheid is in Gods ogen, wordt ons verkocht als iets slechts en wat slecht is in Gods ogen wordt als goed bestempeld. Bijvoorbeeld: God heeft de mens niet geschapen om zoveel mogelijk seks te hebben, maar om juist, uit echte naastenliefde, zich heel vaak te onthouden van seks. Maar in onze, door zonden vervuilde wereld, wordt ons mensen als hoogste ‘goed en gelukbrengend’ seks aanbevolen, wanneer en met wie dan ook. Dat is heel slecht, want zelfzucht bevorderend en de meeste mensen, die direct na hun aardse leven bestemd zijn voor de hel, hebben deze zonde het meest bedreven, zijn afgestomd in dit lichamelijke ‘genot’. Deze zonde is zo zwaar, dat die tot tweemaal toe in de Tien Geboden, welke God aan Mozes heeft gegeven, genoemd wordt. Namelijk het zesde Gebod: Gij zult geen onkuisheid, zedeloosheid doen en in het negende Gebod: Gij zult geen onkuisheid, zedeloosheid begeren. Dus wij mensen mogen zelfs niet verlangen naar deze zonde. En dan het vijfde Gebod van deze Tien Geboden: Gij zult niet doden. Maar bij ons is het vermoorden van ongeboren kinderen en oude en zieke mensen gewoon legaal en dagelijkse praktijk en de meeste mensen stemmen met deze gruwelijke praktijken nog in ook, alsof heet de gewoonste zaak van de wereld is, om onze medemensen, onze soms allernaasten, koelbloedig te vermoorden. Om over het zevende Gebod van deze Tien Geboden: Gij zult niet stelen, maar te zwijgen, want dat is niet alleen tussen de burgers, maar ook door de overheden van alle landen het meest voorkomende zonde, die als ‘normaal’ wordt verkocht en beschouwd.  Het inkomen van de gewone burger wordt door torenhoge belastingen voor een groot deel geroofd, ten behoeve van de rijke inwoners van de wereld, die door de zelfde overheid zwaar worden ontzien, in hun bijdragen aan de samenleving. Kijk, eigenlijk is alle grond het eigendom van God, die wij mensen van Hem in beheer hebben gekregen. Voor een goed werkende overheid zullen wij voor het gebruik van die grond moeten betalen, maar alleen in zoverre dat wij voordeel hebben van de ons omringende samenleving; mensen aan de rand van de samenleving hebben geen voordeel van deze samenleving en hoeven daarom ook niets te betalen. De mensen die wel baat hebben bij de omringende samenleving betalen daarvoor een ‘economische pacht’, over het deel van hun verdienste, die gevormd wordt doordat er een samenleving is, waar zij van profiteren op hun ‘grond’ ven verdiensten. Daarvan kan de overheid functioneren. Er hoeven dan ook geen belastingen geheven worden. Maar de rijken in onze samenlevingen steken deze ‘economische pacht’ in eigen zak en daarom zijn alle overheden gedwongen om belastingen te heffen.  Belastingen zijn daarom diefstallen van de arme burgers, om de rijke burgers in de gelegenheid te stellen om iets wat hen niet toekomt, namelijk de ‘economische pacht’ in eigen zak te stoppen. Dat is de basis, maar niet alles, wat de gelegaliseerde diefstal, van de rijken en de overheid van diegenen die arm en machteloos zijn steelt, omdat dit geld is wat bij eigenlijk de burgers toebehoort. Dit gebeurt al sinds de oudheid en wordt niet meer als diefstal herkend en erkend, maar eigenlijk is dat het wel. En zo zou ik wel door kunnen gaan, maar dit is wel genoeg. Geef aan de keizer, wat de keizer toekomt en geef aan God wat God toekomt, is wezensvreemd in onze, door Satan geregeerde wereld in ons heden. Nu is alles omgedraaid, alles wat goed is van God komt, wordt als slecht bestempeld en alles wat God verboden heeft, omdat dit slecht is voor ons mensen, moeten wij mensen maar slikken als iets goeds. God wil de Vader zijn van alle mensen, maar door onze eigen slechtheid zal Hij spoedig als Rechter over ons oordelen. Want Jezus Christus komt terug op Aarde, hoogstwaarschijnlijk in dit decennium. En Hij komt terug als God in al Zijn heerlijkheid en zal iedereen, die als ‘bokken’ zijn, en die Satan koppig blijven volgen zonder berouw over hun zonden, naar de hel verplaatsen. Alleen zij die, Hem volgen nu of pas na de Waarschuwing, waarin ieder mens weet hoe hij er in Gods ogen voorstaat, in brouw over zijn zonden God om genade heeft gevraagd, en daarom bij de ‘schapen’ is gaan behoren, en daarom gered is voor het eeuwige leven in Gods rijk; ook als zij nog een poos op Aarde zullen blijven, maar dan op de Nieuwe Aarde en in het nieuwe pasradijs op Aarde. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. God is een Rechter zonder aanzien des persoons, omdat voor God ieder mens, ongeacht zijn aardse ambt, rijkdom of status, evenveel waarde heeft. God kijkt enkel naar de liefde van de mens voor God en zijn naasten. Elk mens is voor God gelijkwaardig, maar alleen die mensen, die Zijn Geboden, Zijn Leer van liefde volgen, kunnen Zijn kinderen worden. Zo had Paulus de goede strijd gestreden op Aarde, omdat hij zijn actieve geloof had bewaard. Hij had, tot aan het eind van zijn leven zijn ambt als prediker, als apostel, vervuld en zijn medemensen op de Weg naar God opmerkzaam gemaakt, waarna deze mensen zelf kozen of zij bij God wilden horen, of heidens wilden blijven. Want wij mensen houden altijd onze eigen vrije wil. Ook wij mensen van onze tijd hebben een absoluut vrije wil, waarmee wij zelf kiezen of wij de hedendaagse dwaalwegen, die ons ‘door de strot worden geduwd’ willen volgen, of de Weg, de Waarheid en het Leven, die God in Jezus Christus is. Onze eigen keuze! Maar elke keuze in het leven heeft wel zijn eigen gevolgen, denk daar wel aan. En zo kunnen wij onszelf ophemelen en andere mensen verachten, zoals de Farizeeër in het evangelie deed, omdat hij zichzelf veel beter achtte dan zijn medemensen. Maar wij kunnen ook de houding aannemen van de tollenaar, die heel goed wist dat ook hij niet zonden vrij was. Daarom kende deze tollenaar zichzelf vele malen beter dan dat deze Farizeeër deed. En om die reden vroeg hij God om barmhartigheid en genade, omdat hij zich niet inbeeldde dat hij, in tegenstelling tot alle andere mensen, zonden vrij was. Om die reden ging hij gerechtvaardigd naar huis, vanwege zijn deemoed, ten opzichte van God, en vanwege de vergiffenis voor zijn zonden van God uit. Want God wil ons mensen alle zonden vergeven, ook de zwaarste, mits wij oprecht berouw hebben en ons zelf voornemen niet meer te zondigen. Doen wij dat, dan zijn wij toekomstige hemelbewoners. Wellicht ook bewoners van de woning van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen tegenkomen. 

Amen.

Cor Huizer.









© Cor Huizer 2023
Ontwerp en hosting Maartens automatisering