Dit is een titel en kan je ook rechtstreeks aanpassen (gewoon hier klikken, en typen).

Schriftuitleg van dinsdag 1 november 2022.

Inleiding: 

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt. 

Schriftteksten: 

Apocalyps 7,2-4.9-14

Ik, Johannes, zag een andere engel opstijgen van de op­gang der zon met het zegel van de levende God. En hij riep met luide stem tot de vier engelen aan wie macht gegeven was schade toe te brengen aan de aarde en de zee: 'Brengt geen schade toe aan de aarde noch aan de zee noch aan de bomen voordat wij de dienstknechten van onze God met het zegel op hun voorhoofd getekend hebben'. En ik ver­nam het aantal getekenden: honderdvierenveertigduizend waren er uit alle stammen van de kinderen van Israël. Daarna zag ik een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen. Zij stonden voor de troon en voor het Lam, gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand. En zij riepen allen luid: 'Aan onze God die op de troon is gezeten en aan het Lam behoort de overwinning!'. En al de engelen stonden rond­om de troon, de oudsten en de vier dieren, en zij wierpen zich op hun aangezicht voor de troon en zij aanbaden God, zeggend: 'Amen! Lof en heerlijkheid en wijsheid en dank, eer en macht en sterkte aan onze God in de eeuwen der eeuwen, Amen!'. Toen richtte zich een van de oudsten tot mij en zei: 'Wie zijn dat in die witte gewaden en waar komen zij vandaan?'. Ik antwoordde hem: 'Heer, dat weet gij'. Toen zei hij: 'Dat zijn degenen die komen uit de grote verdrukking, die hun gewaden, hebben wit gewassen in het bloed van het Lam'. 


Tweede lezing 1 Johannes 3, 1-3

Vrienden, hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft! Wij worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook. De wereld begrijpt ons niet en ze kent ons niet omdat zij Hem niet heeft erkend. Vrienden, nu reeds zijn wij kinderen van God en wat wij zullen zijn is nog niet geo­penbaard; maar wij weten dat wanneer het geopenbaard wordt wij aan Hem gelijk zullen zijn omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is. Wie zulk een heil van God verwacht, maakt zich rein zoals Christus rein is. 


Evangelielezing Mattheüs 5, 1-12a

Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op, en nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus: 'Zalig de ar­men van geest, want aan hen behoort het Rijk der heme­len, Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten. Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien. Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun be­hoort het Rijk der hemelen. Zalig zijt gij wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil: Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel'. 

Uitleg: 

Het thema van dit hoogfeest van Allerheiligen is: ‘Geroepen om heilig te zijn’. Elk mens is geroepen om heilig te zijn. Niet een uiterlijke en valse heiligheid, maar heilig in zijn hart. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. Want wij leven een proefleven op deze Aarde, of wij geschikt zijn om een kind van God te worden en te zijn. Daarom heeft God ieder mens geroepen om, net als zijn Vader in de hemel, heilig te zijn. Een zo’n heilig mogelijk, van zonden vrij, leven te leiden. En dat uit eigen vrije wil! Dat vraagt van ieder mens, die een kind van God wil zijn, heel veel opoffering. Want de wereld om hem heen geeft heel veel verleidingen om te zondigen, zelfs zwaar te zondigen. Immers de mensen om hem heen hebben vaak genoeg lak aan Gods Geboden en willen alleen de verleidingen van de wereld om hen heen volgen. Daartoe worden zij verleidt, doordat de meeste mensen meer op het materiele gericht zijn, dan op het geestelijke. Zij zien de materiële wereld wel, maar de geestelijke wereld niet met hun materiële ogen, noch met hun andere materiële zintuigen. Het geestelijke, het woord zegt het al, is iets van de geest, van het aanvoelen dat er meer is dan wat wij met onze materiële zintuigen kunnen waarnemen. En dan is het zo gemakkelijk om, wat in het hart als waarheid wordt gevoeld, te negeren. Om zich eerder als dieren, dan als mensen te gedragen. Immers ons lichaam is een dierlijk lichaam, met dezelfde functies als dat dieren hebben. Maar in onze ziel en inwonende geest voelen wij mensen dat wij meer zijn dan dieren, die enkel gericht zijn en kunnen zijn op hun materiële instincten en levenswijze. Wij mensen zijn namelijk niet enkel materieel, zoals dieren, maar hebben een onverwoestbare geest, die ons doet beseffen dat wij voor meer geschapen zijn dan voor het lichamelijke leven. Immers dieren hebben ook een ziel, maar geen inwonende geest. Dierenzielen worden, in de loop van een eeuwen durende tijd, steeds samengevoegd, eerst in hogere dierenzielen en tenslotte in een mensenziel, die de eindbestemming is, omdat de mens het slotstuk is, de eindbestemming van alle plantensoorten en diersoorten. De mens van onze Aarde is geroepen om een kind van God te worden en, in het oneindige hiernamaals, ook te zijn. Maar wel uit vrije wil. En omdat God, de Schepper van alles wat waar dan ook in het oneindige heelal maar bestaat, boven alles heilig is, is elk mens ook geroepen om heilig te zijn. Om de verleidingen van de wereld te overwinnen, teneinde een kind van God te worden en te zijn. Iets hogers en belangrijker is nergens verkrijgbaar. Niet op Aarde en nergens in welke hemel dan ook, dan een kind van God te zijn. Zelfs de engelen zijn, zoals zij geschapen zijn, geen kinderen van God, maar Gods dienaren en schepsels. Er zijn wel wegen voor engelen om kinderen van God te worden; namelijk om mensen van deze Aarde te worden, waar wij mensen als Gods kinderen worden opgevoed. Kennen wij mensen die engelen, die ook op Aarde leven of hebben geleefd en kinderen van God zijn geworden? Niet allemaal, verscheidenen wel en één springt eruit: Maria, de Moeder van God. Zij was, voor zij op Aarde werd geboren een hoge engel, en zij kwam op Aarde om de Moeder van God te worden. Want God heeft, in Zijn Wijsheid een lichaam van een Mens aangenomen en is geboren als Jezus van Nazareth, Jezus Christus. Hij heeft onder ons gewoond en heeft ons gedurende drie jaren geleerd hoe wij mensen kinderen van God kunnen worden, door een geheiligd leven. Want Jezus Christus was en is de Mens geworden God, Jehova, Jahwe. En, na de dood aan het kruis, is de Vader samengesmolten met de Zoon en heet God voor altijd en eeuwig Jezus die de Christus was en is. Mogelijk gemaakt doordat de heilige Geest, de Wil van God, een meisje en maagd zwanger maakte – nadat zij daar toestemming voor had gegeven – en deze haar Zoon en God – volgens de normaal verlopen zwangerschap – liet geboren worden. Omdat God uit Maria werd geboren, wordt zij de Moeder van God genoemd en is dat ook; want haar Zoon Jezus is God. Geen wonder dat zij, na haar lichamelijke dood, of liever gezegd haar opname in de hemel met lichaam en ziel, tot koningin van de hemel, dus van de Schepping, gekroond is. Want Wie anders kon op deze positie komen, dan alleen de Moeder van God? Wie anders kon zo veelvuldig naar onze Aarde gezonden worden, om zoveel mogelijk mensen van de hel te redden, dan de Moeder van God; Maria? Heel veel malen is zij bij ons geweest, met haar smeekbeden om ons te bekeren, in de afgelopen eeuwen en tot op vandaag aan toe. Maar de meeste mensen zijn doof en blind voor alles wat geestelijk is. Alle mensen die dat niet zijn, worden heden vaak zeer fanatiek vervolgt, door de dienaren van Satan, de koning van de hel. Zij, die door deze verdrukking zijn gestorven, staan in witte gewaden voor Gods troon, want zij hebben hun gewaden wit gewassen in het bloed van het Lam. Want de gelovigen in Jezus Christus, die Zijn Leer onderhouden, dus doen, lijden zelf, maar ook hun Verlosser, Jezus Christus, het Lam Gods, lijdt met hen mee. Want hoe erg Satan en zijn trawanten – inclusief de mensen die hun ziel aan de duivel hebben verkocht – ook tekeer gaat en aan de winnende hand lijken te zijn, uiteindelijk zal God winnen, want tegen Zijn Macht en Kracht is geen schepsel opgewassen, ook Satan niet. Wij leven in de Eindtijd, vlak voor de wederkomst van Jezus Christus, die komt om te oordelen over levenden en doden. Over mensen die Zijn Geboden houden, doen dus, en mensen die de wegen van Satan bewandelen. Beide soorten mensen krijgen wat zij verdienen. Gods mensen de hemel, Satans volgelingen de hel. Tenzij zij zich bekeren tot God. Gods mensen worden kinderen van God genoemd en zijn dat ook. Omdat zij uit de grote verdrukking komen, die heden aan de gang is, maar hun Vader God trouw zijn gebleven, desnoods tot aan de lichamelijke dood. Maar wie Satan helpt om Gods kinderen te verdrukken, die is veel slechter af. Want die sterven niet alleen een lichamelijke dood – zoals de kinderen van God, wanneer God dit toelaat vanwege onze vrije wil –  maar ook een geestelijke dood; want in de hel is geen liefde en daarom ook geen leven te vinden. Kinderen van God zullen, zoals in elke tijd, maar zeker in onze tijd, veel vervolging te verduren krijgen van de vijanden van God. Want dit is een tijd van zuivering; dit is een tijd dat duidelijk wordt welke heer een mens dient. De Heer en God in Jezus Christus, of de heer van hoogmoed, zelfoverschatting, zelfzucht, onder leiding van de koning van de hel; Satan? God in Jezus Christus heeft ons daar al tweeduizend jaar geleden voor gewaarschuwd bij Zijn zaligsprekingen. En elke zaligspreking geeft een deelaspect aan, waarmee wij mensen zalig kunnen worden en daarom ook kinderen van God kunnen worden. Leest u de evangelietekst van vandaag er maar op na. Wie van de medemensen ondervind, wat Jezus Christus in Zijn zaligsprekingen heeft vermeldt, verheugt u, want dan bent u op de goede weg naar de hemel. Dus op de goede weg om een kind van God te worden en te zijn. Dan hoeft u niet voor de hel te vrezen, want dan zult u een hemel binnengaan. Wellicht ook de hoogste hemel, waar onze Vader, God in Jezus Christus woont, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal zullen ontmoeten. 

Amen.

Cor Huizer.









© Cor Huizer 2023
Ontwerp en hosting Maartens automatisering