|
|
Schriftuitleg van
zondag 1 januari 2012.
Inleiding:
Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.
Schriftteksten
Eerste lezing Numeri 6,22-27
De Heer sprak tot Mozes: "Zeg aan Aäron en zijn zonen: Als gij de
Israëlieten zegent, doe het dan met deze woorden: Moge de Heer u zegenen
en u behoeden! Moge de Heer de glans van zijn gelaat over u spreiden, en
u genadig zijn! Moge de Heer zijn gelaat naar u keren, en u vrede
schenken! Als zij zo mijn naam over de Israëlieten uitspreken, zal Ik
hen zegenen.
Tweede lezing Galaten 4,4-7
Broeders en zusters, toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God
zijn eigen Zoon, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet om ons,
slaven van de wet, vrij te maken, zodat wij de rang kregen van zonen. En
omdat ge zonen zijt, heeft God de Geest van zijn Zoon, die "Abba,
Vader!’ roept, in ons hart gezonden. Ge zijt dus niet langer slaaf maar
zoon en als zoon ook erfgenaam en wel door toedoen van God.
Evangelielezing Lucas 2, 16-21
In die tijd haastten de herders zich naar Bethlehem, en vonden Maria en
Jozef en het pasgeboren kind, dat in de kribbe lag. Toen ze dit gezien
hadden, maakten ze bekend wat hun over dit kind gezegd was. Allen die
het hoorden, stonden verwonderd over hetgeen de herders hun verhaalden.
Maria bewaarde al deze woorden in haar hart, en overwoog ze bij
zichzelf. De herders keerden terug, terwijl zij God verheerlijkten en
loofden om alles wat zij gehoord en gezien hadden; het was juist zoals
hun gezegd was. Toen de acht dagen voorbij waren, en men het kind moest
besnijden, ontving het de naam Jezus, zoals het door de engel was
genoemd, voordat het in de moederschoot werd ontvangen.
Uitleg:
Het thema van deze nieuwjaarsdag is: ‘Gezegend de tijd’. Gezegend de
tijd dat God ons mensen hier op aarde geeft, om Zijn kind te worden.
Gezegend de tijd dat wij, in volkomen vrijheid, mogen kiezen tussen God
en de Mammon. Gezegend de tijd dat God ons geeft om van dwaalwegen af te
komen en de juiste, rechte Wegen van God te bewandelen. Want God heeft
ons mensen een absoluut vrije wil gegeven. God heeft ons mensen bedoeld
als Zijn kinderen, ons mensen allemaal geroepen om Zijn kinderen te
worden. Omdat wij een absoluut vrije wil hebben, kunnen wij ook Zijn
kindschap weigeren en onze eigen wegen gaan. Wij kunnen ook de Mammon
gaan dienen, maar God en de Mammom dienen kan niet, omdat een mens geen
twee heren kan dienen. En wat is dan de Mammom? Dat is de materie, de
wereld met al haar kortstondige pleziertjes en haar kleine en
kortstondige genot. De Mammon bevredigt niet en nooit. Op korte termijn
kan zij genot geven, kan zij tevredenheid geven over wat bereikt is.
Maar op langere termijn is er toch een bodemloos gat, die nooit
bevredigend gevuld kan worden. Daarom ook streven de meeste rijken naar
meer rijkdom, omdat zij, vanwege het bodemloze gat, nooit genoeg hebben.
Daarom zijn mensen verslaafd aan allerlei materiële en geestverruimende
middelen, omdat zij hun noden nooit volledig kunnen bevredigen. Mensen
die voor God kiezen en gaan leven zoals Hij ons heeft aanbevolen, in
liefde voor God en de naasten, hebben dat bodemloze, niet te vullen gat
niet, omdat God hen vult met liefde. Zij kunnen tevreden zijn met wat
zij hebben. Soms mag het niet veel zijn, maar God weet Zijn kinderen
toch altijd dat te geven, wat elk van hen nodig heeft en wat voor hun
zielenheil noodzakelijk is. Want niet het materiële vult een mens, maar
het geestelijke, de liefde. Niet het hebben, maar het zijn is
belangrijk. Om dat te ontdekken zijn wij op aarde. Om te ontdekken dat
liefde geven belangrijker is dan alles naar zich toehalen. Wie alle
liefde voor zichzelf houdt, die lijkt op een poliep, die ook alleen maar
leeft om te eten. Maar een mens is meer. Meer dan een dier, meer dan
zijn lichaam. Waar zijn staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw
eigen geslacht. Een mens staat lichamelijk op deze aarde en zal dan ook
voor zijn lichaam moeten zorgen, opdat het een aantal jaren op aarde kan
leven. Maar een mens staat met zijn geest in de wereld van de geesten en
zal ook voor zijn geest moeten zorgen, opdat hij als een echt mens in
het hiernamaals aankomt. Deze geestelijke verzorging zijn de geboden, de
richtlijnen, die God ons mensen voor ons leven op aarde heeft gegeven.
De Tien Geboden, die Mozes van God heeft gekregen en de twee
Liefdesgeboden, die Jezus Christus ons mensen heeft gegeven. Wie volgens
deze levensrichtlijnen leeft, deze in de dagelijkse praktijk brengt en
zoveel als mogelijk alles probeert te vermijden, wat tegen deze geboden
in gaat, die leeft zoals God het heeft bedoeld en zoals God hem heeft
geroepen om Zijn kind te zijn. Maar God weet dat, omdat wij allen
gevallen geesten zijn, die samen met Satan zijn gevallen, dat dit erg
moeilijk is. Vandaar dat God ons mensen hulp zendt. Zoals Hij ook aan
Mozes heeft laten weten op welke wijze Aäron en alle andere priesters
het volk dienen te zegenen, opdat deze zegen effect zal hebben voor de
gezegenden. Maar ook niet priesters mogen hun medemensen zegenen. En
helaas worden mensen vervloekt, terwijl zegening op hun plaats zou zijn.
Zegen uw vijanden en vraag God om hen goed te doen, dan wordt u niet
alleen zelf een beter mens, maar uw vijanden kunnen uw vrienden worden.
Kunnen, want door de absoluut vrije wil, die ook uw vijanden hebben,
hoeft dit, zeker hier op aarde, niet te gebeuren. Maar de eeuwigheid is
lang en eindigt nooit, dus wie weet komt het eenmaal in het hiernamaals.
Maar bedenk bij alles, dat de wetten die mensen beweren dat God die voor
ons heeft uitgevaardigd, of die een Kerk heeft bedacht, niet bindend
zijn. Het enige waaraan wij, willen wij volgens de orde van God leven,
wel aan moeten voldoen is de wet van de liefde voor God en de
naastenliefde. Wie de liefde voor zichzelf reserveert, wie zelfzuchtig
handelt en zijn eigenbelangen nastreeft, die handelt niet uit liefde
voor de ander. Zijn geestelijke wereld zal klein en donker worden en hij
zal, meer en meer, een dienaar van de Mammom worden en dus een slaaf van
Satan. Wij zijn niet geroepen om een slaaf van Satan te worden, of een
slaaf van Kerkelijke -, of Staats wetten. Wij zijn geroepen om als vrije
kinderen van God te leven. Maar om dat te doen zullen wij zelf onze
slavernij aan de Mammom en onze zelfzucht moeten opheffen en, in liefde
voor God en de naaste, gaan leven. Dan wordt ons hart gevuld, doordat
God er woning in neemt, er een Tempel voor Zichzelf in maakt. Dan zijn
wij zonen en erfgenamen door toedoen van God. Dan loven en eren wij God,
die zoveel van ons houdt, dat Hij een lichaam heeft aangenomen en tussen
ons in heeft geleefd. Dan kunnen wij, net als de herders, die als
eersten op kraamvisite kwamen, ook geloven wat wij hebben gezien en
gehoord. Dan is er geen vraag meer of God wel of niet bestaat, want dan
weten wij met zekerheid dat God bestaat, altijd bestaan heeft en altijd
zal bestaan. En dat wij mensen uitverkoren zijn, omdat wij kinderen van
God kunnen worden en dat ook zijn, als wij de lichte geboden van God
opvolgen en in liefde met elkaar om gaan. Maria kan ook hierin ons tot
voorbeeld dienen. Haar was toegezegd door de engel Gabriël dat God haar
zou overschaduwen en zij een kind, een Zoon zou baren, die de Zoon van
de allerhoogste zou worden genoemd. Zij aarzelde geen moment, nadat zij
begreep dat dit de wil van God voor haar was, maar stemde direct in. En,
nadat Jezus was geboren, kreeg Hij de naam, die de engel genoemd had.
Geen maren en mitsen, geen twijfel of God hiertoe in staat was. Gewoon
gehoorzaamheid aan God, omdat Hij het beste weet wat wij mensen nodig
hebben. En dat is ook de houding die God van ons wil. Geen blind geloof
of blinde gehoorzaamheid, ook Maria vroeg eerst uitleg. Maar als het dan
duidelijk is wat God van iemand vraagt, dan ook actie naar Zijn
verlangen voor ieder van ons. Immers Hij kent ieder van ons beter dan
elk van ons zichzelf kent. Hij weet dan ook wat het beste is, welke
paden van liefde voor ons zijn uitgestippeld, door Hem die alle wegen
kent. Wie zo leeft en handelt in deze wereld, die zal, als zijn tijd op
aarde voorbij is, in het hiernamaals een hemel vinden, behorend bij zijn
liefde. Wellicht ook een opname in het huis van onze Vader, God in Jezus
Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom als daadwerkelijke
christenen leven en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen
aantreffen. Zalig Nieuwjaar!
Amen.
Cor Huizer.
|
|