Religie

Schriftuitleg van zondag 2 juni 2024.

Inleiding:

Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb. Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven zoals het u behaagt.

Schriftteksten:.


Eerste lezing Exodus 24, 3-8

In die dagen stelde Mozes het volk in kennis van alle woor­den en bepalingen van de Heer. Eenstemmig betuigde het volk: ‘Alle woorden die de Heer tot ons gesproken heeft, zullen wij onderhouden’. Daarop stelde Mozes alle woor­den van de Heer op schrift. De volgende morgen bouwde hij aan de voet van de berg een altaar, en stelde twaalf wijstenen op, naar de twaalf stammen van Israël. Toen gaf hij jonge Israëlieten de opdracht stieren op te dragen als brand- en slachtoffers voor de Heer. Mozes nam de helft van het bloed, en deed dat in schalen, terwijl hij de andere helft uitgoot over het altaar. Toen nam hij het verbonds­boek, en las dit voor aan het volk. En zij verzekerden: ‘Alles wat de Heer zegt, zullen wij doen en ter harte nemen’. Vervolgens  nam Mozes het bloed, sprenkelde dat over het volk, en sprak: ‘Dit is het bloed van het verbond dat de Heer, op grond van al deze woorden, met u sluit’.


Tweede lezing Hebreeën 9, 11-15

Broeders en zusters, nu is Christus gekomen, de hogepriester van het waarachtige heil. De tent van zijn priesterschap is groter en volmaakter dan de vorige; ze is niet ge­maakt door mensenhand, dat wil zeggen, ze behoort niet tot onze geschapen wereld. Het bloed van zijn offer is zijn eigen bloed, niet dat van bokken en kalveren. Zo is Hij het heiligdom binnengegaan, eens voor altijd en Hij heeft een eeuwige verlossing verworven. Want als het bloed van bokken en stieren en de gesprenkelde as van een vaars de verontreinigden kan heiligen zodat zij wettelijk rein worden, hoeveel groter is dan de kracht van Christus’ bloed! Door de eeuwige Geest heeft Hij zichzelf aan God geofferd, een smetteloos offer dat onze ziel zuivert van dode werken om de levende God te eren. En daarom is Hij middelaar van een nieuw verbond: er heeft een sterven plaats gehad dat bevrijding brengt van de zonden die onder het eerste verbond zijn bedreven; nu kunnen zij die door God geroepen zijn het erfdeel ontvangen dat hun is toegezegd.


Evangelielezing Marcus 14, 12-16. 22-26

Op de eerste dag van het ongedesemde brood, de dag waarop men het paaslam slacht, zeiden zijn leerlingen tot Jezus: ‘Waar wilt Gij dat wij voorbereidselen gaan treffen zodat Gij het paasmaal kunt houden?’. Hij zond daarop twee van zijn leerlingen uit met de opdracht: ‘Gaat naar de stad en daar zult ge een man tegenkomen die een kruik draagt; volgt hem en zegt aan de eigenaar van het huis waar hij binnengaat: De Meester laat vragen: Waar is de zaal voor Mij, waar Ik met mijn leerlingen het paasmaal kan houden? Hij zal u dan een grote bovenzaal laten zien met rustbedden en van al het nodige voorzien; maakt daar alles voor ons klaar’. De leerlingen vertrokken, gingen de stad binnen, vonden alles zoals Hij het hun gezegd had en maakten het paasmaal gereed. Onder de maaltijd nam Jezus brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun, met de woorden: ‘Neemt, dit is mijn Lichaam’. Daarna nam Hij de beker en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe en zij dronken allen daaruit. En Hij sprak tot hen: ‘Dit is mijn Bloed van het Verbond, dat vergoten wordt voor velen. Voorwaar, Ik zeg u: Ik zal niet meer drinken van wat de wijnstok voortbrengt tot op de dag waarop Ik het, nieuw, zal drinken in het koninkrijk van God’. Nadat zij de lofzang gezongen hadden, gingen zij naar de Olijfberg.

Uitleg:

Het thema van deze zondag, Hoogfeest van het heilig Sacrament, is: ‘Het kostbaarste in ons midden’. Het kostbaarste in ons midden is het vaste geloof in God! Want dan wil een mens doen wat God, voor ons eigen heil, van ons vraagt. In vroegere eeuwen – nu reed lang geleden – was het geloof in God iets heel vanzelfsprekend. Toen werd een mens vreemd aangekeken als hij vertelde dat hij niet in God geloofde. Waar hij staat moet u ook zij lezen, lees dit nar uw eigen geslacht. Nu is het bij vele mensen juist andersom; wie zegt dat hij in God geloofd wordt door vele mensen heel vreemd aangekeken. Is de wereld hierdoor beter geworden? Neen, in tegendeel. Ondanks dat het ook toen geen paradijs op Aarde was en er heel veel onrecht was, werd er in het algemeen veel rekening gehouden met wat God van ons mensen wil; namelijk God liefhebben boven alles en de medemensen, de naasten, als zichzelf. Natuurlijk ook toen heel veel mensen ook liefdeloos tegenover hun medemensen, maar er was een grens aan, die bijna niemand dorst over te gaan. Ook de rijke mensen werden geacht – en soms tegen hun zin in gedwongen – om arme mensen te ondersteunen, omdat de hen omringende omgeving dit van hen eisten. Daar kwam de klad in bij de Reformatie, de grote overwinning van Satan in West Europa, toen vanaf toen, in Protestante gebieden, wel het Woord van God in Jezus Christus werd verkondigd, maar helaas de praktijk van naastenliefde werd losgelaten. Vele rijke machthebbers voerden, tegen de wens en overtuiging van de armere bevolking, het Protestantisme met geweld in. Daardoor werd de caritas – de hulp aan de armen – in heel veel streken van Europa – en zeker in wat nu Nederland heet – losgelaten en de armen moesten maar voor zichzelf zorgen. In de vorige eeuw zijn er veel sociale wetten gekomen, maar dat was niet omdat de rijken ‘het licht van God’ hadden gezien, maar omdat zij bang waren voor een eventuele communistische overname van hun land, waardoor zij hun gehele rijkdom konden verliezen. Daarom kochten zij deze ‘revolutie’ af door de gewone mensen een leefbaar leven te laten leiden, waardoor er geen revolutie kwam; die was niet meer nodig. Nu, dat tot de meeste mensen is doorgedrongen dat het communisme, een duivelse leer, meer narigheid brengt dan welvaart en mensenrechten, is de elite bezig om alles weer af te breken. Bovendien is een gedeelte van de superrijke mensen er inmiddels van overtuigd geraakt dat er teveel mensen op Aarde wonen en zij zijn bezig om het grootste gedeelte van de mensheid uit te roeien en de rest tot hun slaven te maken. Niet door hen te kopen of te verkopen, maar door hun leven zodanig onder zware dictatuur te plaatsen, dar hun armere medemensen alle vrijheid –  zelfs die van gedachten – hebben verloren. De Nieuw Wereld Orde  wordt momenteel geprobeerd uit te rollen, opdat de gehele wereld onder de macht van Satan zal komen. Natuurlijk zal God dit niet toelaten! Want daarvoor heeft God ons mensen niet geschapen. Daarom zal God in Jezus Christus spoedig – binnen een kort aantal jaren – terug komen op Aarde. Deze keer niet als Mens, maar als God. En wel om te oordelen over levenden en doden. Wie zijn er levend in Gods ogen? Zij die vast in het bestaan van God geloven en ook Zijn Leer en Geboden doen! En de doden zijn die mensen die, ook als zij gewaarschuwd zijn en in de Leer en Geboden van God in Jezus Christus zijn onderwezen, God hardnekkig, halsstarrig afwijzen en hun heil bij Satan en zijn dwaalwegen zoeken. En daar is geen spoor van liefde en leven te vinden; vandaar dat die mensen in Gods ogen dood zijn, omdat zij geen spoor van echt leven in zich dragen. Want liefde en leven zijn hetzelfde! Dit komt omdat God Zelf Liefde is en deze Liefde is Gods Leven. En omdat alles en iedereen door God is geschapen, is de liefde ook de basis van alles wat leeft. Wie daarom in zijn leven de liefde afwijst, maar zijn heil in egoïsme zoekt, die wijst niet alleen God af – de Enige die alles wat bestaat leven heeft gegeven – maar daarmee ook zijn eigen leven. Maar God heeft ons niet geschapen voor de relatief weinige jaren op Aarde, maar voor de eeuwigheid. Wie daarom zijn leven verknoeit door enkel voor zichzelf te leven, zonder liefde voor God en de naasten, die is ook geestelijk dood. Maar na het lichamelijk overlijden – zoals ieder mens op Aarde – blijft hij wel, als ziel, door Gods genade voortbestaan. Maar, omdat voor hem het enige wat waarde heeft zijn materiële bezittingen zijn en hij daar niets van mee kan nemen naar het hiernamaals, komt hij in het hiernamaals straatarm, eigenlijk nog veel armer, aan. En zijn aardse rijkdom en macht? Die gaan over naar andere mensen! En dat is het resultaat van het niet willen erkennen wat het kostbaarste is in ons midden. Namelijk te doen waarvoor God ons mensen heeft geschapen; namelijk Gods Leer en Geboden te gaan doen in ons aardse leven; dus leven in oprechte liefde voor God en onze naasten. En deze Leer en Geboden zijn niet nieuw. Mozes legde ze al uit aan het volk van Israël, die weliswaar beloofde om deze te onderhouden, dus te doen, maar het duurde hooguit enkele generaties, toen alles weer vergeten was. En in de tijd dat God op Aarde werd geboren als Jezus Christus was zelfs het joodse volk – het volk van Israël – zover van God afgeweken, dat er nog maar weinig verschil was met de omringende heidense volkeren. Ja, zij aanbaden met de lippen nog de ene ware en levende God – Jahweh, Jehova – maar hun daden waren over het algemeen heidens geworden en al helemaal in de toen heersende priesterkaste. Zoals ook in onze tijd vele priesters en voorgangers in christelijke Kerken niet meer in God in Jezus Christus geloven, maar het enkel zien als een manier van geld verdienen en daar weelderig van te kunnen leven. En toch, zoals Paulus in zijn brief aan de Hebreeën schreef, is Jezus Christus de Hogepriester van het waarachtige heil gekomen en Hij heeft als offer Zijn eigen bloed door heidens geworden Tempelheren laten vergieten, om alle mensen te redden. En Jezus Christus is daarom de Middelaar geworden van het Nieuwe Verbond tussen ons mensen en God. En alle mensen zijn geroepen om een kind van God in Jezus Christus, onze hemelse Vader te worden; maar wel op voorwaarde dat wij aan God gehoorzamen in ons doen en laten. En daarom de Leer en Geboden van God gaan doen, uit liefde voor God en onze naasten. Vandaag is het Sacramentsdag! Vandaag vieren wij in het bijzonder het Sacrament van de instelling van de eucharistie. Want Jezus Christus wist dat Hij zou sterven aan een kruis, om ons mensen te redden van de eeuwige dood. Daarom liet Hij ons het grote geschenk van de eucharistie, de heilige Mis, achter. Dit is niet zomaar een religieuze handeling, nee tijdens de eucharistie is God in Jezus Christus daadwerkelijk aanwezig. En het brood – de hostie – en de wijn veranderen daarbij in het Lichaam en Bloed van Jezus Christus. Wie daarom gelovig het brood – en soms de wijn – in de communie ontvangt, die ontvangt materieel brood en wijn, maar geestelijk Jezus Christus Zelf in zijn hart; de zetel van de liefde en, ook geestelijk, het leven. Daarom zullen alle mensen, die oprecht geloven en hun geloof in daden in de praktijk van het leven omzetten, na hun dood een hemel wachten. Wellicht ook de woning van onze Vader God in Jezus Christus, het hemelse Jeruzalem. Laten wij daarom vanaf heden leven als daadwerkelijke christenen en ervoor bidden dat wij elkaar daar allemaal mogen aantreffen.

Amen.

Cor Huizer.









© Cor Huizer 2024
Ontwerp en hosting Maartens automatisering