|
|
Schriftuitleg van zondag 29 augustus 2010.

Inleiding:
Elke zondag zal ik proberen de schriftlezingen uit de Rooms Katholieke
Kerk van die dag uit te leggen op de wijze waarop ik ze begrepen heb.
Dit is niet bedoeld als preek, of zoals het tegenwoordig genoemd wordt
een homilie, maar enkel als uitleg. Van geen enkele Kerk heb ik
toestemming gekregen om te preken, daarom mag mijn Schriftuitlegging ook
geen preek genoemd worden. Maar toch meen ik de vrijheid te hebben om
mijn begrijpen van de schrifttekst wereldkundig te maken. Natuurlijk
hoeft u het niet eens te zijn met mijn uitleg. Elk mens is uniek. Zoals
het licht de verschillende vormen ook verschillend terugkaatst, zo
begrijpt elk mens de Schrift op een andere wijze, heeft een ander
bevattingsvermogen. U begrijpt de Schrift misschien wel beter, of minder
goed dan ik. Wat ik opschrijf is mijn eigen begrijpen. U mag er uw
voordeel mee doen, of u eraan ergeren (liever niet, is slecht voor uw
hart), of een totaal verschillende mening hebben. Begrijp mijn schrijven
zoals het u behaagt.
Eerste lezing Jezus Sirach 3, 17-18.20.28-29
Mijn kind, als ge rijk zijt, blijf dan bescheiden, en gij zult meer
geliefd worden dan iemand die geschenken uitdeelt. Hoe meer aanzien ge
hebt, des te meer moet ge u vernederen; dan zult ge genade vinden bij
God. Want groot is de macht van de Heer, maar Hij wordt geëerd door de
nederigen. Voor de kwaal van een hoogmoedige is er geen genezing, want
het kwaad wortelt in zijn hart. Een verstandig mens overweegt gaarne
spreuken, en de wijze droomt van een aandachtig gehoor.
Tweede lezing Hebreeën 12, 18-19.22-24a
Broeders en zusters, bedenkt waar gij staat: gij zijt niet genaderd
zoals uw voorvaderen bij de Sinai, tot een tastbare berg en een laaiend
vuur, met duisternis, donderwolken en stormwind, waar de trompet klonk
en een stem werd gehoord en die haar hoorden smeekten dat zij niet
langer zou spreken. Neen, gij zijt genaderd tot de berg Sion en de stad
van de levende God, het hemelse Jeruzalem en de duizendtallen engelen,
de feestelijke en plechtige vergadering van de eerstgeborenen die in de
hemel zijn ingeschreven, gij zijt genaderd tot God, de rechter van
allen, en de geesten der rechtvaardigen die de voleinding bereikt
hebben, tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond.
Evangelielezing Lucas 14, 1.7-14
Toen Jezus op een sabbat het huis van één van de voornaamste Farizeeën
binnenging om er de maaltijd te gebruiken, hielden zij Hem voortdurend
in het oog. Daar Hij opmerkte hoe de genodigden de voornaamste plaatsen
aan tafel uitzochten, hield Hij hun de volgende gelijkenis voor:
"Wanneer gij door iemand op een bruiloft wordt genodigd, ga dan niet
aanliggen op de voornaamste plaats. Het zou kunnen zijn dat er door uw
gastheer iemand is uitgenodigd die voornamer is dan gij, en dat degene
die u en hem genodigd heeft u komt zeggen: Sta uw plaats aan hem af. Dan
zoudt ge vol schaamte de minste plaats moeten innemen. Maar wanneer ge
ergens genodigd wordt, ga dan op de minste plaats aanliggen. Als degene
die u heeft uitgenodigd dan komt, zal hij u zeggen: Vriend, ga wat hoger
op. Zo zal u eer te beurt vallen in het oog van allen die met u
aanliggen. Want al wie zichzelf verheft zal vernederd en wie zichzelf
vernedert zal verheven worden". En Jezus zei ook nog, nu tot zijn
gastheer: "Wanneer gij een middag of avondmaal geeft, nodig dan niet uw
vrienden, broers en bloedverwanten uit en ook geen rijke buren. Het zou
kunnen zijn dat zij op hun beurt u uitnodigen en dat gij het dus
terugkrijgt. Maar als ge een gastmaal geeft, nodig de armen, gebrekkigen,
kreupelen en blinden uit. Gelukkig zult ge zijn omdat zij het u niet
kunnen vergelden. Het zal u vergolden worden bij de opstanding van de
rechtvaardigen".
Uitleg:
Het thema van deze zondag is: ‘Bescheiden beginnen’. Bescheidenheid
siert de mens, zegt een oud spreekwoord. En inderdaad, het is beter om
bescheiden te zijn, dan zichzelf te overschatten. Met zichzelf
overschatten bedoel ik de eigen belangrijkheid overschatten. Dat kan
bijvoorbeeld bij een feest, waar men kan denken de eregast te zijn, maar
waar later blijkt dat een ander dit is. Of in een maatschappelijke
positie, vooral een die heel belangrijk lijkt en waar vele
pluimstrijkers, die mee willen profiteren, iemand omringen. In
werkelijkheid stelt dat ook niet zoveel voor, want verlies die positie
en ook alle zogenaamde vrienden, de pluimstrijkers om u heen, zijn ook
verdwenen. Zichzelf niet groter zien dan iemand is in de ogen van God is
het allerbeste. En voor God is een keizer gelijk aan een bedelaar, want
alleen de liefde voor God en de naasten telt. Een bescheiden opstelling,
zonder de belangrijkheid van het beklede ambt tekort te doen, is het
allerbeste. Bedenk dat het ambt en de ambtenaar, die het ambt bekleed,
twee verschillende grootheden zijn. Het ambt, bijvoorbeeld die van
minister president, kan heel belangrijk zijn en heeft zijn eigen waarde
en dwingt zijn eigen respect af. De ambtenaar, diegene die dit ambt
uitoefent, zal dan ook de waardigheid van het ambt moeten laten
respecteren, maar hij is niet het ambt. Zijn waardigheid wordt door dit
ambt verleend, maar voordat hij het ambt bekleed en na dat hij het ambt
heeft neergelegd, heeft hij geen andere waardigheid, dan van hemzelf uit
gaat en het gevolg is van de maatschappelijke positie die hij dan
bekleed. Dus ja, zolang het ambt op iemand drukt, zal hij de waardigheid
van dit ambt moeten laten respecteren door zijn gedrag, maar als privé
persoon past bescheidenheid, nederigheid en deemoed tegenover God. Waar
hij staat moet u ook haar lezen, lees dit naar uw eigen geslacht. En dat
was ook de raad van Jezus Sirach. Een rijke wordt altijd ene hogere
waardigheid toegedicht dan iemand die arm is. Dat is het geval in alle
menselijke samenlevingen, toen en ook nu. Mensen laten zich nu eenmaal
verblinden door macht en glorie, die door veel geld gekocht kunnen
worden. Maar dat is niet de wijze waarop God naar de mensen kijkt. Ook
een rijk mens siert bescheidenheid, eenvoud, nederigheid en deemoed.
Immers, in de ogen van God telt alleen de liefde en is elk mens
gelijkwaardig. Een rijke die dit beseft, zal bescheiden beginnen en
zich, als mens, niet verheffen boven zijn medemensen, zijn naasten. Hij
zal zich nooit inbeelden dat hij meer is dan zijn dienaren in Gods ogen.
Natuurlijk geldt dan weer voor de dienaren het woord van Jezus Christus,
dat een dienaar nooit boven zijn meester staat. De rijke mens zal zich
laten bedienen, dienaren inhuren om het werk te doen. Maar hij zal zich
als mens niet boven hen verheffen, ook al mag en moet hij hun zijn wil
bekend maken en er voor zorgen dat zij deze uitvoeren. Dan vind zo’n
rijke genade bij God, want hij behandelt iedereen als zijn naasten, met
liefde, geduld en als evenwaardige mensen. Hij zal, als hij zich
genodigd weet, niet als eregast gedragen, maar bescheiden tevreden zijn
met de minste plaats. Immers, de gastheer nodigt hem misschien niet uit
wegens zijn vriendschap, maar vanwege zijn maatschappelijke positie.
Vooral in de kringen van mensen met vermogen worden uitnodigingen
samengesteld, niet op basis van vriendschap of liefde, maar op basis van
nut. Het uitnodigen van iemand op een diner kan dan de bedoeling hebben
dat de gast, op een of andere wijze, nuttig is voor de gastheer. Wanneer
mensen arm zijn, dan is het eerder vriendschap en liefde die tot een
uitnodiging leiden, omdat er bij gast en gastheer eigenlijk niets te
halen valt. Maar ook dan kan het verkeerd aflopen als iemand de
belangrijkste plaats aan tafel wil innemen en kan men beter de minst
belangrijkste plaats innemen. Het beste is nog altijd om mensen aan
tafel uit te nodigen, die dit nooit kunnen vergelden. Iemand die honger
heeft bijvoorbeeld. Ook al kan er niet een geldbedrag gegeven worden,
omdat er geen of weinig geld is, als er voedsel in huis is, dan kan dit
wel gegeven worden. Zo belde eens, vele tientallen jaren geleden, bij
mijn moeder zaliger een jongen aan. Hij was suikerziek en was over de
tijd van eten heen. Om te overleven had hij direct voedsel nodig, het
liefst zoet voedsel. Mijn moeder nodigde hem direct binnen en gaf hem
een boterham met zoetigheid en daarbij wat te drinken. Kijk, mijn ouders
waren arm, maar dat hoefde nog niet de naastenliefde te beletten. Zij
gaven wat noodzakelijk was, in dit geval aan een wildvreemde jongen, als
zij iemand anders konden helpen. En dan naderen zij daarmee de berg Sion
en de levende stad Gods, het hemelse Jeruzalem. Want wie liefde heeft
voor God en de naasten, die verzamelt schatten in de hemel, waar het
niet roest en waar de motten er geen vat op hebben en waar het ook niet
gestolen kan worden. Hoe meer liefde mensen hebben voor God en hun
naasten, hoe meer zij op God gaan gelijken. En wie op God gelijkt, die
is een waar kind van God. God heeft ons geschapen naar Zijn beeld en
gelijkenis. Dat betekent niet dat ons lichaam precies lijkt op die van
God, alhoewel God ons menselijke lichaam heeft aangetrokken en tussen
ons heeft geleefd als Jezus van Nazareth, Jezus Christus. Nee, wij zijn
geschapen zoals God is op geestelijke wijze. De kern van God is liefde,
waardoor God Liefde is. De kern van ons leven wordt gevormd door de
liefde, zonder liefde hebben wij geen leven. Maar omdat wij, net als
God, een volkomen vrije wil hebben, kunnen wij onze liefde ook
vervormen, zoals Satan dat ook heeft gedaan. Wij kunnen de liefde voor
God ook voor ons zelf houden en duivels in mensengedaante worden, dat is
onze eigen keuze. Niet de bedoeling van God met ons mensen. God wil van
ons mensen Zijn kinderen maken, maar wij worden er niet toe gedwongen.
Wij mogen uitgroeien tot kinderen van God, maar ook Zijn schepselen
blijven. Onze eigen keuze, onze eigen vrije wil. Maar, zoals ook op
aarde, een kind beter af is als een bediende, zo is het ook in de
wereld, welke wij na dit leven op aarde betreden. Een waar kind van God,
een bewoner van het hemelse Jeruzalem, is beter af dan een schepsel van
God, ook al kan die een zalig leven hebben. Daarom mensen, indien u het
nodig heeft, bekeer u tot God. Ga van God houden boven alles en van uw
naasten als van uzelf. Dan komt u met zekerheid in de hemel. Wellicht
ook in het huis van onze Vader, God in Jezus Christus, het hemelse
Jeruzalem. Laten wij daarom als ware christenen in daadwerkelijke
naastenliefde met elkaar leven en ervoor bidden dat wij elkaar daar
allemaal mogen aantreffen.
Amen.
Cor Huizer.
|
|