|
|
Apologie op de reactie van
Economische Zaken op
de Europese oplossing.
Allereerst,
voordat ik inga op de argumenten en aangedragen gegevens van het
ministerie van Economische Zaken (EZ), wil ik iets zeggen over wat, naar
mijn mening, onvoldoende is doorgedrongen, namelijk over wát voor soort
plan dit is. Het is geen milieuplan, ook al is het resultaat van het
uitvoeren van dit plan een werkelijk schoon milieu, omdat alle fossiele
brandstoffen vervangen worden door duurzame energie. Het is geen
technisch plan, omdat alle gebruikte technieken reeds bestaan. Het is
ook geen economisch plan, ondanks dat de uitvoering van dit plan een
zeer langdurige economische hoogconjunctuur veroorzaakt. Het is een
politiek plan, want alle beslissingen, die nodig zijn voor het uitvoeren
van dit plan, zijn politieke beslissingen. Het is een plan die
bestuurders van het land, in dit geval een verzameling van landen, die
hopelijk eens één land worden, namelijk de Europese Unie, zullen
moeten uitvoeren, of aan zich voorbij laten gaan. Daarom ook heb ik dit
plan gezonden aan de politieke top in Nederland, in de hoop dat zij van
het voorzitterschap van de EU gebruik zouden maken om het op de
politieke agenda te zetten.
Het
is een politiek plan, maar uiterst noodzakelijk voor ons overleven en/of
het behoud van onze welvaart, zoals ik verderop hoop aan te tonen. Want
zie, de fossiele brandstoffen warmen niet alleen de aarde op, hun
giftige bestanddelen vergiftigen niet alleen de aarde, maar zij zijn ook
aan het op raken. Afhankelijk van het optimisme van deskundigen wordt de
reeds aangetoonde voorraden geschat op hoogstens 20 tot 50 jaar, voordat
zij volledig op zullen zijn. Nog afgezien van terroristische acties, met
de snel groeiende energie behoeften van landen als China en India, die
samen ongeveer eenderde van de wereldbevolking hebben, is het niet
onwaarschijnlijk dat er reeds eerder een schrijnend tekort aan fossiele
brandstoffen zal ontstaan dan dat de deskundigen inschatten. Er zijn
echter experts die grote tekorten verwachten in de komende paar jaar,
maar in ieder geval vóór 2010. De overgang naar een volledig op
duurzame energie gebaseerde economie moet tóch een keer gemaakt worden.
Het is nu nog tijd om het te doen zonder grote sociale onrust en een
ontwrichting van onze samenlevingen. Want als in onze aan energie
verslaafde maatschappij een groot tekort aan energie zal ontstaan, dan
resulteert dit in een ontwrichting van de samenleving, die zonder
twijfel vertaalt zal worden in grote maatschappelijke onrust. Neem het
volk het brood en de spelen af en een opstand is het gevolg. Bovendien
worden nu de gevolgen van enkele honderden jaren van het gebruik van
fossiele brandstof voor iedereen zichtbaar. De klimatologische
veranderingen kunnen nu wellicht nog gedeeltelijk ongedaan worden
gemaakt, maar over pakweg tien of twintig jaar veel moeilijker dan nu.
Wij mensen hebben in feite geen keus, wij móeten volledig overschakelen
op duurzame energie en nu kan het nog zonder tekorten en
maatschappelijke ontwrichting van onze samenleving. Na het volledig
overschakelen op duurzame energie hebben wij de energievoorziening niet
alleen voor de komende eeuwen, maar voor de komende millennia veilig
gesteld. Vandaar mijn politieke plan, waarvan de uitvoering afhangt van
de beslissingen van de politieke beleidsmakers.
Ik
heb van het ministerie van Economische Zaken een brief ontvangen,
geschreven namens de minister. Daarom zal ik in deze apologie ervan uit
gaan dat de minister mij heeft geantwoord, alhoewel ik bang ben dat deze
brief in ambtelijke kring is afgehandeld en de minister de inhoud van
mijn plan niet kent.
In
uw brief staat dat u niet mee kunt gaan in mijn voorstel dat de overheid
windturbines aankoopt en aan gegadigden eventueel weer verkoopt, omdat u
dat geen overheidstaak acht. Maar ik hoop dat u het met mij eens bent
dat het binnen de taken van de overheid past om rampen te voorkomen, om
maatschappelijke onrust zoveel mogelijk te voorkomen, evenals het
stagneren van de economie. En dan heb ik het nog niet over het
stimuleren van de economie, die u hopelijk ook als een overheidstaak
ziet. Welnu, mijn plan heeft dit allemaal in zich. Het tegen gaan van de
opwarming en vergiftiging van de aarde, het gedeeltelijk teniet doen van
de reeds ingezette klimaatverandering, de stimulatie van de economie,
door de recessie om te zetten in een hoogconjunctuur, die zeker een
decennium zal aanhouden, dit alles vraagt om de uitvoering van mijn
plan. Als u besluit om snel, voor het te laat is, over te schakelen op
volledige duurzame energie, dan is de aankoop van windmolenparken een
onderdeel, maar een noodzakelijk onderdeel, van uw grote en voor de
gehele wereld belangrijke besluit. Dit hoop ik verderop aan te tonen.
Maar
laten wij eerst uitgaan van de benodigde energie in Europa van de
Europese Unie. Want Nederland kan alléén nooit overschakelen op
volledige duurzame energie, daar zijn wij te klein voor. Maar de
Europese Unie, verder afgekort als Europa, met zijn zeer grote
landoppervlak, uitgebreide kusten en 450 miljoen inwoners kan het wél.
Maar hoeveel energie heeft Europa nodig? Precies weet ik het niet. Ik
ben echter van de volgende berekening uitgegaan: op een Duitse web-side
heb ik gevonden dat in Duitsland men ervan uit gaat dat de totale
energie behoefte, gedeeld door het aantal inwoners, uitkomt op ongeveer
6.500 kW per inwoner en per jaar. Dit geëxtrapoleerd voor Europa,
betekent dat Europa 2.925 terrawatt aan energie jaarlijks nodig heeft.
Ik ga uit van slechts een lichte stijging, omdat niet alle delen van de
EU reeds zoveel gebruiken, hoewel de bevolking kan groeien en meer
energie gaan gebruiken. Denk eens aan het steeds grotere gebruik van
aircondition bijvoorbeeld. Daarom ga ik uit van 3.000 terrawatt energie
verbruik per jaar.
Om
deze grote hoeveelheid energie op te kunnen wekken, zal er veel
inspanning moeten worden gepleegd. Ik begin met de zonnecellen. In mijn
berekening ga ik van het volgende uit: elk dak van een gewoon huis heeft
een oppervlak van 40 m² tot ongeveer 70 m². Niet het gehele dak zal
kunnen worden belegd met zonnecellen. Rekening moet worden gehouden met
dakvensters, schoorstenen, dakkapellen enzovoorts. Daarom ga ik uit van
gemiddeld 30 m² per dak.
Ook ga ik uit van vijf miljoen gewone woningen. Dat geeft, enkel op
gewone woonhuizen een oppervlak voor zonnecellen van 150 miljoen m².
Daarbij komen nog de daken van fabrieken, hallen, kantoorgebouwen,
flatgebouwen en de ruimte langs snelwegen, om de geluidsschermen nuttig
te maken. Gemakkelijk kan op deze wijze enkel in Nederland al een
oppervlakte worden gehaald van een half miljard m²
of meer. Sommige deskundigen spreken zelfs over 800 miljoen m²
geschikte daken alleen al. Extrapoleren wij dat naar Europa, met
zijn 450 miljoen mensen, dan kan er zeker tussen de 10 en 15 miljard m²
aan zonnecellen worden gerealiseerd. Waarschijnlijk zelfs veel
meer, omdat hierbij de daken van schuren, garages, vakantiewoningen, al
of niet mobiel en soortgelijke niet zijn meegerekend. Bovendien is het
goed mogelijk dat het totale bruikbare oppervlak te laag is ingeschat.
Dit geeft in ieder geval een significante bijdrage aan de totale
energiebehoefte in Europa. Bij een gemiddelde opbrengst van ongeveer
75Kw per m² per jaar, is dat een totale jaarlijkse energieopbrengst van
tussen de 750 en 1.125 terrawatt. En het kan worden gerealiseerd als
door de politieke besluitvorming vanaf het begin de prijs van
zonnecellen laag worden gehouden. Dit werkt tegen de markt in, maar is
een essentieel onderdeel van het plan om voldoende duurzame energie op
te wekken, om de fossiele brandstoffen te kunnen verlaten. Daarom heb ik
het voorstel gedaan om een door de overheid gefinancierde fabriek van 10
miljoen m² zonnecellen per
jaar op te richten, om deze lage prijs, bewezen winst dragend en
rendabel, te kunnen verantwoorden. Particuliere bedrijven kunnen dan nog
eens 99 even grote fabrieken in de EU oprichten, en nog zullen zij de
afzet 10 jaar lang of langer onbeperkt kwijt raken. De enige voorwaarde
is een lage prijs voor de kopers. Daarom ook kan de EU een afname
garantie verstrekken van 10 jaar. In die tijd hebben de investeerders
hun investeringen ruimschoots terug verdiend.
In
zonneboilers zie ik minder, omdat wanneer het meeste warmwater
noodzakelijk is, in de winter, het minste wordt gewonnen, terwijl in de
zomer al gauw meer wordt gewonnen dan opgemaakt kan worden. Dit nadeel
hebben zonnecellen niet, omdat de opslag van de gewonnen overschot aan
energie wordt opgeslagen in waterstof, die gebruikt kan worden op het
moment dat dit nodig is. Toch beweren mensen die een zonneboiler hebben
dat ook deze voldoende energie (besparing) oplevert. Maar zelf ben ik
niet écht overtuigd.
Wanneer
mijn inschatting van het aantal m²
zonnecellen inderdaad te voorzichtig en daardoor te laag is
ingeschat, en het aantal m² zou
uitkomen op 20 miljard, dan wordt daarmee reeds jaarlijks 1.500
terrawatt energie opgewekt, wat de helft is van de totale
energiebehoefte in Europa. De andere helft zal dan moeten worden
opgewekt door windenergie, waterkrachtcentrales en biomassa, zoals
methaan gas, gewonnen uit mest en natuurlijke, organische olie. Deze
vormen van energie zal ik hierna behandelen.
Als
een omissie in mijn plan kan het achterwege blijven van methaan gas en
natuurlijke, organische olie worden genoemd. Mijn plan ging echter uit
van een hoofdenergie drager. Omdat de meeste duurzame energie wordt
opgewekt in de vorm van elektriciteit, heb ik als hoofdenergiedrager
gekozen voor waterstof en daar mijn gehele plan op geschreven. De
kleinere energiedragers, methaan gas en natuurlijke olie, mogen echter,
zeker in een overgangsfase, niet buiten beschouwing blijven.
Voor
mij is het een raadsel waarom methaan gas nog niet op grote schaal wordt
toegepast. Door gebruik van dit gas, mits op duurzame wijze verkregen,
worden immers twee problemen tegelijk uit de wereld geholpen. Op de
eerste plaats is methaan gas een bron van schone energie, die geen
bijdrage levert aan de opwarming van de aarde. Op de tweede plaats helpt
zij het mestoverschot teniet te doen. Wat over blijft is namelijk mest,
die gedroogd, eventueel de verschillende soorten van mest voor
verschillende toepassingen in de landbouw gemengd en tot korrels
geperst, de kunstmest kan vervangen. Een fabriek die dit nu al toepast
is reeds in Nederland geopend. Omdat deze organische mest rijker aan
inhoud is dan kunstmest, put zij de bodem ook niet of minder uit. En
deze mest kan gemakkelijk vervoerd, verkocht en door de boeren gebruikt
worden door heel Europa en de rest van de wereld. De problemen van uw
collega, de minister van Landbouw, worden daardoor ook minder. Het gas
kan, verpakt in flessen zoals nu butaan gas, verkocht worden aan
particulieren, die om welke reden dan ook niet of nog niet willen
overstappen op elektrisch koken, of een elektrische boiler voor heet
water. Ook kan zij de flessen gas voor de camping vervangen. Met dit gas
kunnen bijvoorbeeld tuinders met kassen deze verwarmen of gebruikt
worden voor andere toepassingen, zoals elektriciteitsopwekking,
verwarming van grote ruimtes in winkels of fabrieken en dergelijke. Dit
gas kan namelijk wel in een open vuur verbrand worden.
Natuurlijke,
organische olie is onterecht ook buiten mijn plan gebleven. Deze olie is
gemakkelijk afbreekbaar in de natuur. Wanneer ongeveer twee procent van
het landoppervlak van de EU beplant zou worden met oliehoudende zaden
(bijvoorbeeld koolzaad), dan kan deze olie alle dieselolie vervangen.
Bovendien kunnen de resten van deze planten, na oliewinning, dienen als
veevoer. Er zijn twee
nadelen: de prijs en de geur. De kostprijs van deze biologische olie
ligt hoger dan de kostprijs van diesel. Ook de geur is een nadeel. Zou
deze olie in alle vervoermiddelen over de weg, die nu op diesel rijden,
worden toegepast, dan zouden onze steden doorlopend geuren naar een
oliebollenkraam. Maar het kan wél dienen als overgangsmaatregel.
Bovendien kunnen schepen er wel op varen zonder de nadelen van geur,
omdat die snel genoeg zal verwaaien. Schepen varen nu eenmaal niet of
nauwelijks in steden. Door met belastingmaatregelen de dieselolie
duurder te maken dan de natuurlijke, organische olie en die weer duurder
te maken dan waterstofgas, kunnen de mensen er toe worden overgehaald om
op de duur op waterstofgas te gaan rijden, die reukloos is. Intussen
kunnen echter de bestaande vervoermiddelen tot hun natuurlijk einde
gebruikt blijven worden, zonder een verdere toename van de
luchtvervuiling, dus met duurzame brandstof. Voor treinen, binnenvaart
en zeescheepvaart kan dit enkele tientallen jaren duren, omdat die
meestal voor lange perioden worden geïnvesteerd.
U
heeft in uw brief trots vermeld van het plan om 6 gigawatt aan
windmolens neer te zetten in het Nederlandse gedeelte van de Noordzee. U
vergat daarbij te vermelden dat deze capaciteit pas in 2020 gerealiseerd
zou zijn. Terwijl u een veel grotere capaciteit veel sneller nodig heeft
om het wegverkeer over te laten schakelen op waterstof. Windenergie is
hiervoor noodzakelijk, omdat het voordeel van windenergie is dat die
sneller geplaatst kan worden dan de benodigde zonnecellen en per
windmolen meer opbrengt. Voor een snelle overschakeling naar waterstof
als energiebron voor het wegverkeer heeft u vele windmolens nodig in een
korte tijd. Waterstof uit fossiele olie of aardgas is geen optie, omdat
die geen bijdrage levert aan een schoner milieu, of de druk op het
verbruik van fossiele brandstof doet afnemen. Ook waterstof uit
kernenergie is geen reële optie, omdat het afval van kernenergie
duizenden jaren lang gevaarlijk blijft. Daarom zou kernenergie zo snel
mogelijk moeten worden afgeschaft.
Een
windmolen, heeft de praktijk uitgewezen, heeft een jaaropbrengst aan
energie, die tussen de 1.400 en 1.500 keer de maximale capaciteit ligt.
Omdat op zee de molens, vanwege het ontbreken van obstakels,
waarschijnlijk een grotere opbrengst hebben dan die op het land, en voor
het gemak van de berekening, ga ik uit van een opbrengst van 1.450 maal
het opgestelde vermogen. De door u voorgestelde 6 gigawatt aan vermogen,
levert dan een opbrengst op van 8,7 terrawatt per jaar. Dat is misschien
voldoende voor het vervoer in Nederland, maar dan zou deze capaciteit er
nu reeds moeten staan. Wanneer alle molens in zee twee megawatt molens
zijn, waar ik even vanuit ga, dan bent u van plan om 3.000 molens te
plaatsen in zee. Een vertienvoudiging van deze capaciteit doet meer
recht aan mijn plan. Het is ook reëel, omdat Nederland beschikt over
meer dan 100.000 kilometer aan ondiepe zee, binnen de aan haar
toebehorende economische zone. Er is werkelijk voldoende ondiepe zee
aanwezig om dertigduizend molens te plaatsen, zonder andere economische
toepassingen van de zee te verhinderen. Maar om de volgende redenen zal
de overheid hierbij het voortouw moeten nemen en deze windmolenparken in
eigen beheer moeten plaatsen. Ze kunnen daarna wel geheel of
gedeeltelijk aan particuliere bedrijven of personen worden verkocht.
1 Wanneer u inderdaad in 10 jaar tijd wil overschakelen op
volledige duurzame energie, dan is het onmogelijk om te zitten wachten
of het bedrijfsleven genegen is om te investeren. Dan is het nodig dat
de overheid zelf gaat investeren en leidend wordt, in plaats van
afwachtend. Dat komt omdat de overheid (als het goed is) een andere
doelstelling heeft dan het bedrijfsleven. In het bedrijfsleven gaat het
enkel om winst. De overheid investeert voor het belang van de
samenleving, waarbij beschikbaarheid (van in dit geval energie) en
continuïteit van belangrijke, dus vitale voorzieningen in de
samenleving belangrijker zijn dan winst;
2 Wanneer de overheid investeert in windmolens op zee, dan kan zij
de windmolens per stuk verkopen. Dat voorkomt dat er geen aaneengesloten
parken worden opgericht en de investeerders elkaar geen toegang gunnen
op het net van stroomkabels naar het vaste land, noch toegang verlenen
in stations, die de elektrische energie omzet in waterstof. Bovendien
worden hierdoor meer investeerders bereikt. De overheid kan hierbij ook wildgroei voorkomen. De overheid
kan dit zelf wel regelen en ook zorgen voor een goed onderhoud, wat goed
is voor de veiligheid en duurzaamheid van de molens. De overheid kan het
onderhoud, hoogst waarschijnlijk, beter en goedkoper verrichten dan het
bedrijfsleven, waardoor de kosten van opwekking laag worden gehouden;
3 Doordat de overheid zelf investeert kan de plaatsingstijd van de
molens aanzienlijk worden verkort. Want met het vaststellen van de
gebieden in zee, waar de molens moeten komen te staan, is de overheid
reeds klaar. Zij kan onmiddellijk (laten) plaatsen;
4
De overheid in Nederland heeft reeds een bedrijf die de coördinatie
van deze meega werken aan kan, namelijk Rijks Waterstaat. Zij hoeft deze
niet eerst te organiseren, maar kan meteen aan de slag;
5 De overheid kan die capaciteit neerzetten, die zij voor een
succesvolle en volledige overgang naar duurzame energie wenselijk, dan
wel noodzakelijk acht. Als zij dit aan het bedrijfsleven over zou laten,
dan is nog maar de vraag of, zolang fossiele brandstoffen te verkrijgen
zijn, deze doelstelling kan worden gehaald;
6 Wanneer de overheid zelf in windmolens investeert, dan kan zij,
als onderdeel van het aankoopcontract, verplicht stellen dat de
windmolens ook in Europa worden gemaakt. Hierdoor wordt voorkomen dat de
werkgelegenheid naar buiten Europa wordt verplaatst en wordt de economie
gestimuleerd. Bovendien kan door massaproductie, mogelijk gemaakt door
zeer grote orders over een groot aantal jaren, de kostprijs per molen wellicht dalen. Dat komt alle
investeerders dan ten goede én levert een lage energieprijs op,
waardoor ook de verbruiker van energie niet te zwaar wordt belast.
Dit
zijn dus allen goede redenen om de verafgoding van de markt los te
laten. Dan treedt u in de voetsporen van uw voorgangers aan het einde
van de 19e eeuw en aan het begin van de 20e eeuw.
Toen werden overal in Europa de natuurlijke monopolisten én de vitale
diensten in de samenlevingen genationaliseerd. Het is mij een raadsel
waarom dit, ten koste van de bevolking, nu aan het eind van de 20e
eeuw en het begin van de 21e eeuw is en/of wordt
teruggedraaid, temeer daar er geen enkele economische noodzaak toe is,
maar dat terzijde. En u hoeft niet zover te gaan als uw voorgangers, u
kunt na investering door de overheid de zaak weer aan het bedrijfsleven
verkopen. Maar als u wilt overschakelen op volledige duurzame energie,
dan zult u toch moeten beginnen met investeren. Kunt u niet alles
verkopen, dan trekt de Staat zelf de winst en kunnen misschien de
belastingen omlaag.
Wanneer
er 30.000 twee megawatt windmolens zijn opgesteld op zee en er is een
half miljard aan zonnecellen in Nederland geplaatst, dan is de totaal
opgewekte duurzame energie ongeveer in de buurt van de 120 terrawatt, of
zelfs iets meer, en dat is méér dan dat wij met z=n allen verbruiken.
Hier komt dan de op het land opgewekte windenergie, waterkrachtcentrales
en biomassa bij. Nederland kan gemakkelijk energie blijven exporteren.
Waterkracht
is in het vlakke Nederland maar beperkt toepasbaar. Maar andere landen
in Europa kunnen veel meer van waterkracht gebruik maken, dan dat zij nu
doen. Niet alleen door de zeestromen te benutten, die reeds in mijn plan
staan, maar ook door het verschil tussen eb en vloed bij inhammen in de
kust te benutten. Bovendien kunnen er misschien meer stuwmeren aangelegd
worden, die voorkomen dat te grote stromen uit de smeltende gletsjers te
vlug naar zee worden afgevoerd én een bijdrage leveren aan de totale
energievoorziening.
Fiscale
vergroening van het belastingstelsel is enkel iets meer dan een gewone
belastingheffing met een mooie verpakking, als er reële alternatieven
geboden worden. In de huidige
praktijk van deze belastingheffing ontbreken de reële alternatieven
geheel of praktisch geheel. Bovendien belast de overheid ook volledig
duurzaam opgewekte energie. In mijn plan zijn er wél goedkopere
alternatieven geboden en dient de belastingheffing op fossiele brandstof
enkel om de mensen te stimuleren deze alternatieven te gebruiken. Het
duurder maken van vervuilende brandstoffen heeft in mijn plan dus een
gericht doel. In de huidige belastingheffing heeft het, zo lijkt het
wel, als enige doel om de Staatskas te spekken. Dat is geen vergroening
van het belastingstelsel, maar een pure extra belasting. De heffing in
mijn plan is heel wat mensvriendelijker dan een belastingheffing, waar
niet aan te ontkomen is én waar geen reëel alternatief voor is.
U
verwijst naar verschillende subsidies voor duurzame energie. Wanneer
wij, als samenleving, volledig overschakelen op duurzame energie, zijn
deze subsidies onzin en weggegooid geld. Beter is het stimuleren van
duurzame energie door fossiele energie, geleidelijk aan, onbetaalbaar te
maken. Dan komen de opwekking, buiten de investeringen van de overheid,
en de toepassingen vanzelf wel. Daar is geen duur belastinggeld voor
nodig.
U
schrijft over het bijmengen van waterstof bij aardgas. Even voor de
duidelijkheid: ik heb dit nooit gesuggereerd of bepleit. Integendeel, ik
acht dit gevaarlijk, omdat dan waterstofgas in open vuur wordt gebruikt.
Wél heb ik gepleit voor het volledig vervangen van aardgas door
waterstofgas.
U
heeft niet tegengesproken dat een snelle overgang naar duurzame energie
een langdurige hoogconjunctuur oplevert. In feite heeft u er niets over
gezegd. Er van uitgaand dat u ook wel in ziet dat de miljarden m²
zonnecellen geproduceerd, geplaatst en onderhouden moeten worden,
honderdduizenden windmolens in Europa nog gebouwd moeten worden en dat de
miljoenen andere wijzigingen in de energie huishouding en daarvoor
benodigde apparaten ook veel werkgelegenheid opleveren, die weer een groot
consumentenvertrouwen oplevert, ga ik er ook niet verder op in. Alleen nog
dit: zelfs als de regeringen in de EU alleen maar snel uit de huidige
recessie willen komen, dan is het wijs om dit plan in al zijn aspecten en
volheid volledig te omhelzen. Maar bovendien wordt hiermee de toekomst
veilig gesteld. Zowel een schoon milieu, een zekere energievoorziening én
een grotere welvaart.
Dat
u de energietransitie naar een duurzame energiehuishouding in EU verband
zal aankaarten, inclusief de betekenis van waterstof, doet mij een
genoegen. Ik hoop dat u de snelle overgang naar het volledig op duurzame
energie gebaseerde economie en samenleving, dus het volledig afdanken van
de fossiele brandstoffen, óók op de politieke agenda van de EU wilt
zetten.
Want
laat er tenslotte geen misverstand over bestaan: de mensheid móet
overschakelen op duurzame energie of het wil of niet. Het opraken van de
fossiele brandstof én het onleefbaar worden van de biossfeer maken het
noodzakelijk. De keus is dus niet óf wij mensen overschakelen op duurzame
energie, maar wanneer. Doen wij het nu, dat het nog net kan zonder een
ontwrichte samenleving en een onomkeerbare vernietiging van onze planeet,
nu dat er nog geen miljoenen planten en dieren zijn uitgestorven? Of
wachten wij totdat er een gebrek is aan fossiele brandstoffen en er vele
miljoenen planten en dieren zijn uitgestorven? Dát is de échte politieke
keus waar u politici, namens het gehele volk, voor staan.
Ik
wens u veel wijsheid toe!
Cor
Huizer.
|